ONDERWIJS

Ruim zeventig procent van de Tibetaanse bevolking is analfabeet of semi-analfabeet. Dit wordt met name veroorzaakt door een gebrek aan scholen op het platteland en door de hoge onderwijskosten. Volgens het Chinese beleid is de toegang tot scholen vrij, maar in werkelijkheid zijn de kosten voor registratie, boeken en schooluniformen voor veel Tibetaanse families onbetaalbaar. De kinderen die wel naar school gaan, ondervinden taalproblemen omdat de lessen veelal in het Chinees worden gegeven.

In het onderwijs is geen aandacht voor de Tibetaanse cultuur, geschiedenis en het boeddhisme. Het is zelfs verboden de Dalai Lama te noemen. Door het gebrek aan onderwijs hebben de Tibetanen een achtergestelde positie in eigen land, met de geschoolde en relatief goed betaalde beroepen in handen van Chinezen.

Veel kinderen vluchten via Nepal naar India om daar beter onderwijs te krijgen. Ze maken een lange, zware en gevaarlijke tocht over het Himalaya-gebergte. Als ze India veilig bereiken, vangt de Tibetaanse gemeenschap in ballingschap ze op en krijgen ze onderdak in een van de zogenaamde kinderdorpen.